De Regenboogbrug

 

 

 

 

 

Aan de andere kant van de hemel is een plek die de regenboogbrug wordt genoemd. Als een dier die dood gaat, waar heel veel van gehouden wordt door iemand hier op de aarde, dan gaat dit dier naar de regenboogbrug.   Daar zijn weides en heuvels voor al onze speciale vriendjes, zij hebben het daar lekker warm en hebben het daar goed. Al de dieren die oud en ziek waren, worden weer gezond en sterk, zij die pijn hadden en verminkt waren, worden weer helemaal gezond en sterk, net zoals we ze herinneren in onze dromen over de voorbijgegane tijd. Zij rennen en spelen allemaal samen, maar de dag zal komen waarop er één stopt en in de verte kijkt. Zijn/haar heldere ogen kijken aandachtig, zijn verlangen vliegt bijna over het groene gras, zijn pootjes gaan sneller en sneller en sneller.   Hij heeft jou gezien en als hij jou in de armen vliegt en jullie elkaar innig knuffelen , zijn jullie weer voor altijd samen. Tranen van geluk vallen op je gezicht en je handen strelen het geliefde kopje, dan kijk je weer in de vertrouwde ogen van jouw huisdier, die zolang uit je leven is geweest, maar nooit uit je hart.(maar ook de dieren zonder huisbaasje leven hier heel tevree.) 

  Gisteren toverde ik een trapje, van hier tot aan   de regenboogbrug. Dan kan elk dier om   middernacht, nog even naar zijn baasje terug.     Kijk dan toch lieverd, kijk dan toch mee! Daar   komt tussen al die diertjes, ook jou lieverd naar   benee. Zie je hem komen? Wat rent hij hard!   Hij weet dat je wacht, met liefde in je hart. Hij   springt in je armen, je kust hem, hij likt terug.   En laat jou met die "kus" weten, ik mis je daar   bij de regenboogbrug.

De terugkeer van de Regenboogbrug.

De kleine hond arriveerde bij de regenboogbrug en een meute honden kwam op hem aanstormen om hem te begroeten. Hij zette zich schrap, omdat hij verwachtte dat hij aangevallen werd, maar dit was de eerste meute honden die hem kwispelend tegemoet kwam en hem kuste in plaats van aan te vallen.Het was prachtig hier en iedereen was aardig voor hem. Geen van zijn nieuwe vrienden was geboren bij een broodfokker, zoals hij en gebruikt voor hondengevechten en achtergelaten in een asiel, omdat hij een kruising was, getekend door de strijd en niet snoezig. Ze vertelden hem waarom ze wachtten op de mensen die van ze hielden."Wat is liefde"? vroeg hij,....en God besloot om hem terug te laten keren naar de aarde om dat te ontdekken.

Het was warm en donker, het hondje nestelde zich bij de anderen en wachtte om weder geboren te worden. Doodsbang was hij. Hij bleef achter zolang hij kon, uiteindelijk werd hij eruit getrokken aan zijn achterpootjes. Handen zonder bont hielden hem voorzichtig vast en veegden hem droog, openden zijn mond en leidde hem naar een warme tepel met melk.
Hij kon hem niet goed vasthouden, want een van zijn dikke broers duwde hem opzij.
De menselijke hand schoof de andere pup naar een andere tepel en hield ter ondersteuning zijn lijfje vast zodat hij kon drinken. Ahhh, dat is beter dacht hij en dronk totdat zijn kaakjes
er moe van werden en doezelde in slaap naast zijn harige moeder.
 
"Ik herinner mij dit", peinsde hij, jammer dat hij weer op moet groeien om klappen te krijgen, achter gelaten worden in de koude regen en gebruikt voor hondengevechten en te sterven als een hond die niemand wil. "Ik herinner mij hoe het was om hond te zijn",dacht hij droevig.
 
Die nacht kroop hij naar zijn moeder en probeerde te drinken, maar de anderen bleven hem wegduwen, hij kon er niet bijkomen. Toen ze eindelijk verzadigd waren en hun achterste schoon was gelikt, kon hij eindelijk een tepel bemachtigen. Maar de menselijke handen waren er niet om hem te steunen en er was in geen enkele tepel nog een druppel melk te vinden. Hij was zwak en zo klein, het was zelfs moeilijk om recht overeind te blijven, hij viel om, rolde op zijn rug en kon zelf niet meer omhoog komen.
 
Hij begon heftig te janken en plotseling waren de mensenhanden daar, ze tilden hem op en duwden een rubber ding in zijn mond. Het smaakte en voelde niet zoals zijn moeder, maar het was warm en haalde dat rare gevoel uit zijn buikje weg. Even later had hij moeite met ademen, zijn longen waren niet voldoende ontwikkeld, omdat hij te lang had gewacht om zich bij de anderen aan te sluiten toen hij nog snel een stoeipartijtje wilde doen bij de regenboogbrug. Hij voelde de hartslag van de mens, die hem op haar borst had gelegd en hij werd bedekt met warme stof om hem warm te houden en zijn benige lijfje werd met zachte tedere bewegingen gemasseerd.
 
Hij bleef maar denken aan zijn nieuwe vrienden die zo aardig voor hem waren bij de brug en
vroeg God of hij terug mocht. "Ja", "zei God", "maar nu nog niet, jij wilde toch weten wat liefde was?"
 
Dus, voor de komende uren (het leken wel dagen,maar het was donker en hij kon niet weten hoe laat het was) gaven de mensen hem bijvoeding en lieten hem kennis maken met de warmte van zijn moeders lichaam en haar tong en een hoop warme zachte metgezellen.
Hij werd steeds zwakker en de mens pakte hem steeds vaker, ze lieten de andere pups slapen, terwijl hij werd vertroetelt en gekust, hij mocht luisteren naar een hartslag die sterk en liefdevol was.
 
Uiteindelijk kwam God terug en vroeg: "Ben je klaar om terug te komen naar de Regenboogbrug?" "Ja,"gaf hij als antwoord..... met een beetje spijt, want de mens wilde hem niet laten gaan, die zat te huilen. Hi, nog stevig drukte de laatste lucht uit zijn longen en zweefde terug naar de Regenboogbrug.
 
Hij keek nog achterom naar de mens, die nog steeds zat te huilen en het levensloze lijfje, dat hij geleend had voor zijn reis, nog stevig vast hield.
"Dank je God", zei hij. "Liefde is prachtig en ik zal wachten bij de Regenboogbrug en de
mens laten weten, als ze komt.........dat ik ook van haar houd".