Mijn Korte Leventje

 

 

 

 

 

 

Op 18 juni 2003 gingen we naar Mariahout om je op te halen. Je kwam uit een nest van 4 pups en we waren op slag verliefd op je. In de auto moest je spugen, want je werd wagenziek. Gelukkig was je er snel overheen. Bijna de hele familie was aanwezig om je te verwelkomen. Je voelde je al snel thuis en het ging heel goed. Je was heel ondeugend, maar dat hoort erbij. Je maakte al gauw kennis met allerlei hondenvriendjes. We moesten nog wel voorzichtig zijn met spelen en dat wilde je zo graag. Zwemmen deed je al heel snel. Met negen weken dook je het water in en dat vond je fantastisch. De golven aan het strand vond je eerst nog wel eng, maar je was er snel  overheen. Op het strand vond je het heerlijk, want daar kon je vrij rondlopen. Je kwam dan eens met een schoen van iemand aan of een schepje en er werd nooit iemand boos op je. Je had altijd bekijks en je vond het geweldig om de stoere jongen uit te hangen.We zijn ook best wel eens boos op je geweest, als je weer eens een bril had stukgevreten of de krant in duizend stukjes had verscheurd. Ach, iedere hondenbezitter weet ervan. We zeiden wel eens tegen elkaar, zal hij het ooit wel leren. Maar het kwam allemaal goed. Toen je een jaar oud was, mocht je trakteren bij je hondenvriendjes en dat waren er heel wat. Iedere middag op vaste tijden gingen jullie spelen en gingen jullie uit je dak. Achter een bal aan, met touwen trekken, zwemmen en stoer doen. Soms waren er wel 15 honden tegelijk en er was nooit een vechtpartij. Je speciale vrienden waren Blade (dobberman), Barros (herder-reacheback), Desmo, Max, Harrie, Bas, Daisy en bruine Max (allemaal labradors), Mick (friese stabei), Chip (weimaran) en Chiko (husky). Wat heerlijk vonden alle baasjes dat om  jullie zo te zien spelen. Je ging graag mee op vakantie in een huisje en dan nieuwe plekjes ontdekken en vriendjes maken.Bij opa kwam je bijna ieder dag in het verzorgingstehuis en daar kreeg je van iedereen een aai over je bol. De mensen vonden je geweldig en kinderen helemaal. Je mensenbroer, Mike, daar was je stapel op. Als die kwam, dan ging je volledig uit je dak. Vaak ging hij ook mee naar het speeluurtje en dan draaide je steeds om hem heen, net of je wilde zeggen, die is van mij. Als wij op duikvakantie gingen, kwam tante Mieke hier in huis om op jou en je dierenbroers te passen en dat vond je prima, want tante Mieke zag je ook bijna iedere dag. Maar na de laatste vakantie ging het mis. We kwamen terug van vakantie en vonden je vermagerd, eerst dachten we, dat het heimwee was. Dus naar de dierenarts en we werden doorgestuurd naar de dierenkliniek in Schagen. Wie had dit ooit verwacht. Je was ernstig ziek, zeiden ze en wij waren gebroken. Je nieren deden het niet meer, maar dat wilden we toch niet accepteren. Je ging aan de dialyse en we hadden hoop, maar het mocht niet zo zijn. Je kreeg een opleving en voelde je happy weer thuis te zijn. Natuurlijk mocht je geen moment meer alleen zijn.We gingen bij je in de kamer slapen. We liepen iedere dag naar het speelveld, maar spelen met je vienden, dat ging niet meer. Je at weer goed en veel zelfs, maar het was valse hoop. Na drie weken stopte je ineens met eten. We hadden met z'n drieeen een afspraak gemaakt, dat je niet zwaar ziek mocht zijn, zoals niet meer zou kunnen lopen of pijn  hebben. Mike was de dag daarvoor naar Duitsland vertrokken en had al afscheid genomen. Hij wilde  niet weten, wanneer het zover was. We hadden later in de week weer een afspraak met de dierenarts, maar die hebben we dus vervroegd. Je bloedwaarden waren slechter geworden en je had weer aan gewicht verloren. Dus kwam het zware moment om te beslissen, moeilijk, maar voor jou was het beter. Je wilde nog voetballen vlak, voordat de dierenarts kwam. Je kreeg wat blikvoer, wat je eigenlijk niet mocht hebben. Je had echt wel honger en het kon geen kwaad meer. Heel snel ben je ingeslapen . We missen je vreselijk. Voor jouw is het beter zo, maar het is zo oneerlijk. In de andere wereld zul je spelen met nieuwe vriendjes en Tara en Teun hebben je opgewacht. Vergeten zullen we je nooit en het nieuwe hondje

doet jou niet vergeten. Dat heb ik je al verteld. Ik heb nog een uurtje bij je gelegen en je nog heel veel geknuffeld en verteld. Je hebt nog steeds bloemen op je graf en iedere morgen groet ik je vanuit het keukenraam en denk:"Ga maar fijn spelen met je nieuwe vriendjes ". Dan zie ik weer even je mooie ogen, ruik je heerlijk geur en zie je

fantastische mooie kop en denk: " Wees maar gelukkig daar boven zonder ziek te zijn".